Verwijzingen naar teksten

Laat mij maar zwijgen over weten van tijd en eeuwigheid.

Eerst even weten, een tijdsbeeld.
Ik denk dat “weten” geen “begrijpen” is, maar een evenwicht tussen die twee woorden. Begrijpen doe ik staande in de wereld. Als ik de situatie begrepen heb, zeg ik, dat ik het weet. Gevolg is dat de dagelijkse wereld reden is tot het opnemen van kennis en mogelijk beter begrijpen. Ware het niet dat het begrijpen blijft binnen een (beperkte) context.
“Je moet goed begrijpen…..!”, zo zweeft boven elk woord een nieuw of ander verhaal. Hoe goed ik kan begrijpen, is afhankelijk van hoe en of ik een situatie heb doorleeft. Ik zou wensen of willen streven naar begrijpen veranderen in “weten”. Dan bedoel ik met “weten” als in “ware kennis”, absoluut, als ideaal (Hegel: “Het weten tot begrip van zichzelf gebracht”).
Zo beland ik in een vicieuze cirkel. Ik kan wel willen weten, maar met dát weten verduidelijk ik niets. Zo gauw ik weet, is het verwoorden niet meer mogelijk. Ik bedoel dat als ik het wil verklaren of uitleggen dan zou ik de “fout” begaan van uit de context treden. Het weten houdt in wezen het begrijpen in toom (het klopt en het klopt niet ), daarom: het beste begrijpen is weten.

Tijd en eeuwigheid
Weten is “nu”. Er is geen tijd in “nu”. Zo ontstaat een bijzonder “moment”, waarin ik tijd niet meer begrijp. Tijd is te begrijpen met context (woorden/ beelden/ geluid etc.) en ik beschouw tijd als tegenhanger van “nu” en “weten”. Als ik praat over tijd dan lijkt het mij logisch dat ook “geen tijd” bestaat, dat noem ik: “tijdloos”. Ik heb “tijdloos” geïntroduceerd, omdat het mij duidelijk maakt, dat dit benoemen een verstoring inhoudt. Voor mij is “tijdloos” dan de context van tijd geworden, datgene wat nodig is om te begrijpen. En onmiddellijk komt in mij op: is “tijdloos” ook tijd? Of nog anders, is “tijdloos” een mogelijkheid binnen mijn voorstellingsvermogen, een instrument om mijn werk te maken (bv tekeningen)? Hoe vormt zich bij mij de relatie tussen tijd en “tijdloos”? Is hier ook sprake van een balans van in wezen onbenoembare zaken, wie en hoe kan ik dat duidelijk maken? Ben ik me wel bewust van waaruit ik waarneem?
Ter verheldering van bovenstaande noem ik het begrip eeuwigheid. In het dagelijks taalgebruik heeft het woord “eeuwigheid” relatie met tijd, namelijk “altijd durend”. Het woord “zijn” kan daarin ook begrepen worden. Tijdens het leven is mijn eigen “zijn”, bedoeld als “gevoel”, ook gebonden aan tijd. Daarnaast heb ik de veronderstelling van een niet tijdsgebonden “zijn”. Daar zit mijn probleem, om woorden te vinden die zo abstract zijn dat ze ook “tijdloos” kunnen verklaren. Misschien is meer juist, de beschrijving: zijn is, zonder denken. Daarom is taal voor mij een keurslijf, begrenzing maar ook inspiratiebron. En daarom maakte ik beelden op papier (de serie Muerte/ dood), de motivatie om mijn denken tot stilstand te brengen.

Maarten van der Laag, 2018.

The memory mourns what it has not seen
 
Wat Patrick Ceyssens (beeldend kunstenaar) mij, denk ik, zegt is: Verwondering over zaken die zich in het hoofd afspelen worden soms duidelijk als ik er een beeld bij weet op te roepen; dat het geen wetenschappelijke werkelijkheid hoeft te zijn. Poëzie in WOORD en BEELD. Onzichtbaarheid zichtbaar.
WWW.BOGERTGALLERY.BE

 

Arthur Rimbaud – ‘Je est un autre’

Ethische-perspectieven

 

De hogere domheid van de libertijn (pdf)

 

Zwijgen (pdf)

 

Geen toeschouwer geen kunst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *